Het Meisje God

Het Meisje God

meisjegod

Het gebeurt als je het ‘t minst verwacht. Bijvoorbeeld in een sloppenwijk van Rome, ver weg van de pracht en praal van de Sint Pieter, dat ik tussen twee vuilcontainers  een klein meisje zie zitten, dat haar hand op houdt en vraag of ik iets voor haar te eten heb. Hoe heet je, vraag ik. Ik ben God, zegt ze.  Ze heeft vuilwitte strikjes in haar haar en kijkt naar me met grote ogen. Ogen waarin ik de wijsheid lees van een oude man.

 

Ik begin te rillen alsof ik koorts heb. Ik had me alles voorgesteld, maar dit…

“Je mag me één vraag stellen,” zegt ze, terwijl ze op een container gaat zitten, en met haar beentjes heen en weer schommelt. “Je mag me één vraag stellen.”

Ik denk na, en vraag dan simpelweg: “Wie bent u?” en als ik zie dat ze haar ogen verlegen neerslaat: “Wie ben je?”

“Ze zeggen dat God dood is, niet?” zegt ze met een vage glimlach. “Maar het is niet waar. God slaapt alleen zo nu en dan, en hoopt dan net als jullie dat het weer ochtend wordt. Want de eeuwigheid is ook maar een eeuwigheid voor zolang het duurt. Pas aan het einde van de eeuwigheid kun je overzien of het echt een eeuwigheid was. Snap je het probleem? En wie ik ben? Ik ben de naam die jullie gegeven hebben aan alles wat je niet begreep. Aan alles wat te mooi was voor woorden, als de liefde, maar ook aan alles wat te groot was voor jullie angsten, en waarbij jullie mijn naam altijd riepen. Eigenlijk zou ik niet GOD moeten heten, maar HELP.

Maar ik ben niet de machtigste der machtigen, zoals jullie altijd denken. Ik ben niet de Almacht maar de Onmacht. Want ik ben Liefde en Liefde is weerloos. Ik ben een geknakt takje op de grond, ik ben een kwispelende hond die met zijn baasje naar het bos mag omdat het baasje op vakantie wil…ik ben de minnaar die huilt boven het fotolijstje, de patiënt die net te horen heeft gekregen dat ie kanker heeft, ik ben het continent Afrika, de moeder die nog altijd met een foto ronddoolt over het Plaza de Mayo…ik ben de naamloze gevangene…

Ik ben waar het grootste verdriet is, en de meeste honger geleden wordt. Ik ben liefde en liefde is weerloos. Ik ben het kind dat speelt aan de voeten van dictators. Ik poets zijn laarzen tot ze glimmen van het angstzweet. En soms kijk ik naar boven en zeg: ik ben zo moe! Zo moe van het vechten! Als we nou eens gingen slapen met z’n allen, heel even maar, lopen we dan niet al te veel gevaar dat het nooit meer ochtend wordt? Als we nou ‘s samen gingen slapen, goed en slecht en groot en klein. En dromen dat het morgen goed zal zijn.

Share This

6 comments

  1. judith koorn

    dit is verschrikkelijk mooi
    Ik geef het door
    met naam en al
    ere wie ere toekomt

    Een spelfoutje: ik ben niet de machtigsten …
    dat woordje heeft een n te veel.

  2. Jan Willem

    Met alle wetenschap van nu en zeker na het lezen van dit prachtige verhaal wat nog mooier wordt wanneer Peter het voorleest, begrijp ik niet dat mensen volhouden dat God echt bestaat….

  3. Gerrit

    Prachtige tekst! En mooie muziek bij de door Peter van Bruggen uitgesproken tekst, die is uitgezonden op 20 november 2015 op NPO Radio 1, iets voor 13.00 uur (www.radio1.nl). Kan Peter mij vertellen welke muziek daarbij is afgespeeld. Alvast bedankt!

Laat een reactie achter op judith koorn Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *